๐ฟ Bram en de Steen bij de Oude Gang
Bram de egel wordt langzaam wakker in zijn bedje van takjes en bladeren.
“GAAP…” Bram strekt zich uit, wat had hij lekker geslapen. Vannacht heeft het gedonderd en gebliksemd, maar hij lag lekker veilig in zijn holletje. Luisterend naar het tikken van de regen en naar het rommelen van de donder is Bram heerlijk in slaap gevallen.
Nadat het een nacht zo hevig geregent had, rook de aarde ineens anders. Zwaarder, dieper, alsof er zelfs tot diep onder de grond iets was veranderd.
Bram kroop naar buiten en begon aan zijn dagelijkse wandeling. Hij volgde het pad langs de hazelstruik, een smal paadje dat langs het zacht stromende beekje liep.
Vandaag was er iets vreemds aan de hand.
Maar vandaag liep hij verder dan normaal. Het leek wel alsof er iets in de lucht hing, iets dat hem richting de rand van het bos trok, daar waar het pad verder ging tussen de bomen. Toen hij eenmaal bij de rand van het bos was aangekomen, zag hij iets vreemds wat hij nog niet eerder gezien had.
Een kleine opening in de aarde, tussen de wortels van een reusachtige boom, het was geen heel groot gat. Het leek meer op een scheur tussen wortels, half verborgen onder de natte bladeren, die zich hadden opgestapeld in afgelopen herfst.
Bram bleef staan.
โDat was er gisteren niet,โ mompelde hij.
Vanuit het gras klonk het zachte geschuifel van een mol.
“Jawel hoor,” zei de mol. “Die opening was er al langer, alleen kon je hem eerst niet zo goed zien.โ

Bram knielde bij de opening en hij voelde dat er koel briesje langs zijn snuit blies. Het briesje rook naar natte bladeren en iets anders, iets bekends dat hij niet helemaal kon plaatsen.
Toen Bram weer recht ging staan zag hij iets bijzonders, daar vlak bij de rand van de opening, daar lag iets dat hij nog niet eerder had gezien.
Een steen.
Het was een gladde, donkerpaarse steen, Bram pakte de steen voorzichtig op. De prachtige paarse steen voelde eerst heel koud aan maar al na een paar tellenโฆ werd hij warm.
“Wat vreemd”, dacht Bram. De steen werd niet heet of gloeiend, maar wel warm. Wat een aparte steen is dit.

Boven Bram streek een merel neer op een lage tak.
โAh,โ zei de merel rustig. โEen reizigerssteen.โ
โWat is dat?โ vroeg Bram.
โStenen die gevonden worden bij openingen,โ zei de merel vol overtuiging. โZe helpen je kalm te blijven als je iets nieuws binnenstapt.โ
De mol snoof zacht.
โOnzin,โ zei hij. โDat is een markeersteen. Die lag hier al toen mijn grootvader hier groef. Zulke stenen wijzen op oude gangen.โ
Bram keek van de een naar de ander. โDusโฆ de steen beschermt?โ vroeg hij.
โHij herinnert,โ zei de merel.
โHij markeert,โ zei de mol.
Bram draaide de steen
langzaam tussen zijn pootjes rond. Het paarse oppervlak ving een beetje licht op, ook al was de lucht nog deze ochtend nogal grijs.
Bram wist niet wat waar was, had de Merel gelijk of de Mol? Misschien hadden ze allebei wel een beetje gelijk maar een ding wist Bram zeker, het was een hele speciale steen.
Bram ging bij de opening tussen de boomstronken zitten met de steen nog in zijn pootje. Hij voelde het koele briesje langs zijn stekels gaan en hij merkte dat hij heel rustig werd, zijn gedachten leken steeds verder weg te raken en Bram voelde zich ineens heel ontspannen.
Een tunnel?
De opening is het begin van een tunnel zei de mol.โGa je naar binnen?โ.
Bram schudde zijn hoofd. โNog niet,โ zei hij zacht.
Bram hield de paarse steen nog steeds vast en hij keek nog een keer naar de donkere opening tussen de wortels.
Na een tijdje zei hij โMisschien is het voor nu genoeg om te weten dat de tunnel er is.โ
De steen gloeit
Voorzichtig legde Bram de paarste steen terug bij de rand van de opening. Heel even leek de steen licht te gloeien. alsof de steen begreep dat Bram later misschien nog eens terug zou komen.
‘Tot later”, fluisterde Bram.
De merel tikte met zijn snavel tegen de tak.
โDe meeste avonturen beginnen precies zo,โ zei hij.
Bram liep rustig terug over het bospad langs het beekje.
En diep onder de aarde, in een oude gang die nog niemand helemaal kende, bleef iets geduldig wachten.

